Taartvorkje en taart

Taartvorkje en taart
De taartschaal van mijn grootmoeder en het vorkje van Maison Krul (eigen foto)

Wanneer ik een bepaalde historische periode wil begrijpen, dan heb ik de neiging eens te kijken wat voor kookboeken er in die tijd zijn gepubliceerd. Ik grijp terug op Joop Witteveen, Anne Wilson en Eric Quayle, om maar wat te noemen. Zo kwam ik terecht bij De Moderne Kookkunst bewerkt door Francois Blom, uit 1889. Over het raadsel Blom en de connectie met Dolf Krul blogde ik al uitgebreid. Ik bleef zoeken naar de uitgeverij, die helaas niet meer bestaat, en waarvan het archief nog niet is opgedoken. Ik wilde ook graag weten of er in het archief van Maison Krul stukken zaten die de connectie verder van vlees op de botten zouden kunnen voorzien.

De keuken van Krul ca 1915 (via Wikipedia)

Helaas blijkt er geen papierwerk van Dolf Krul bewaard te zijn gebleven, geen briefjes, dagboekaantekeningen of stukken, niets van dat alles. Aldus Mieke Krul, een nazaat van de familie. Jammer maar zo gaat dat. Ik sprak ook met Cees van Vliet, de eerste als patissier opgeleide medewerker van Maison Krul, hij kwam er als jongeman na zijn diensttijd en zou er tot de sluiting in de jaren zeventig van de vorige eeuw blijven. Na Maison Krul kwam hij - met een tussenstopje - bij bakkerij Klink in Voorburg terecht, waar hij de patisserie voor zijn rekening nam. Bij mij gingen meteen belletjes rinkelen. Dat was de bakker van mijn moeder! Wanneer ik een goed rapport mee naar huis bracht van school, wanneer ik 'over' was naar de volgende klas, dan mocht ik slagroomtompoezen bij Klink halen. Een waar feest. De lekkerste van Voorburg! Ze werden gemaakt waar je bij stond.

Ze zijn er nog, de echte slagroomtompouces van Bakkerij Klink, in dat prachtige oude pand aan de Herenstraat in Voorburg. (foto site Bakkerij Klink)

En nu zat ik dus met de maker aan tafel te keuvelen over patisserie en de teloorgang van Maison Krul, dat in het verleden was blijven hangen. In de jaren zeventig, zo vertelt Cees, willen de jonge mensen wat anders. Krul was 'ouderwets'. Dat had zijn charme, maar voor een uitstervend publiek. Vanwege de fantastische maar kostbare ingrediënten en bereidingswijze waren de lekkernijen van Krul ook relatief duur. Dan maken mensen soms andere afwegingen. Ik herinner me dat restaurant La Ruche van de Bijenkorf met z'n Wiener Melange of gemberkoffie toch wel erg aantrekkelijk was.

Eetcounter La Ruche, de Bijenkorf, 1975 (foto Haags Gemeentearchief)

Er waren en zijn natuurlijk meer heel goede banketbakkers in Den Haag. In dat verband mag Maison Kelder niet onvermeld blijven. Maar om Maison Krul hing een waas van romantiek, de sfeer van de Fin de Siècle. Het vak van banketbakker, met de professionelere opleiding, bracht ook vernieuwing met zich mee. Ik krijg allerlei fantastische verhalen te horen over de cultuurschok van de veel oudere langjarige medewerkers van Krul en het jonge broekie dat alles beter wist, want zo had hij het geleerd. Aan het eind van de leerzame middag kreeg ik een prachtig vorkje met inscriptie van Maison Krul. Want natuurlijk speelt deze bijzondere plaats een rolletje in het boek waar ik aan werk. Krul was één van de vele hofleveranciers aan het eind van de 19de eeuw.

Het vorkje in een Franse millefeuille, zeg maar tompouce. Daarachter een superéclair met Nutella, een smaak van nu in een klassiek taartje. Je moet mee met je tijd. (eigen foto)

Wordt ongetwijfeld vervolgd....