Een Indisch Meisje

Een Indisch Meisje
Botanische tekening van tomaten, 17de eeuw

We gaan het even hebben over Anna van Riebeeck, die tot haar dertigste in Batavia woonde - met een paar jaar Ceylon ertussen - en dan op haar dertigste in 1709 naar 'huis' moet, naar Amsterdam. Dat zal wel flink wennen zijn geweest, dus wat doe je dan? Je neemt heimwee-eten mee. Want deze oudste dochter van Abraham van Riebeeck, gouverneur-generaal in dienst van de VOC - kende de puur Hollandse kost helemaal niet. Geboren en getogen in Batavia.

De stad Batavia in 1709, het jaar waarin Anna van Riebeeck voorgoed vertrekt. Collectie Tropenmuseum. 

De VOC bestond natuurlijk van de handel in thee, koffie, heel veel specerijen en porselein. Voor privéhandel en eigen gebruik namen passagiers en bemanning van alles mee. Dat werd wel verboden, maar daar hield men zich niet zo aan. Al was het maar om het heimwee-eten. Wie eenmaal aan het Indische eten gewend was, bleef daar naar verlangen. (Ik gebruik in dit verhaal nadrukkelijk de term Indisch. daarmee bedoel ik de historische fusion) Het gaat om ingesleten patronen waar je niet graag van af wilde. Ook de heldin van dit verhaal, Anna van Riebeeck, niet.

In 1709 vertrekt Johanna Maria van Riebeeck, de kleindochter van de Jan van Riebeeck, de stichter van de Kaapkolonie, vanuit Batavia via de Kaap naar Nederland. Haar ouders Abraham (gouverneur-generaal aldaar) en Elisabeth van Riebeeck – van Oosten blijven achter in Batavia en sturen regelmatig allerhande spulletjes, al dan niet op verzoek. Anna blijft tamelijk lang op de Kaap, net zolang tot er voldoende schepen zijn voor een konvooi naar Holland, de zogenaamde ‘retourvloot’.

Soja en eendeneieren

Wat zit er in de zendingen? Bijzonder zijn de vijftien glazen flessen soja in een kistje, een mandje tomaten, typisch Indische specerijenmengsels, gesuikerde kruidnagelen, eendeneieren, asperges, en zure limoenen, gezouten groene gember. Rozenwater, ingemaakte venisoenen (een mislukt experiment naar Europees recept voor eten aan boord), een zakje artisjokbodems, een zakje halfrijpe amandelen (ook dat zijn experimenten voor het conserveren van eten aan boord). Alles bedoeld om te kijken hoe je fatsoenlijk eten kon conserveren voor de eindeloze zeereis.

→→Even wat over de hoofdrolspeelster. Johanna is 15 februari 1679 in Batavia geboren. Amper 16 jaar oud wordt ze uitgehuwelijkt aan de 22 jaar oudere Raad van Indië Gerrit De Heere. Ze krijgt er een bonuskind bij, diens zoontje Jan uit een vorig huwelijk. Wanneer Gerrit gouverneur en directeur van Ceylon (Sri Lanka) wordt, vertrekt het gezin. Zeven jaar later keert ze als weduwe terug naar Batavia, waar ze een graag geziene gast is op feesten en ontvangsten. Na een paar jaar trouwt ze in 1706 met de ook weer veel oudere Joan van Hoorn, gouverneur-generaal van Oost-Indië. Een zoontje uit dit huwelijk sterft helaas een paar dagen na de geboorte. Wel heeft ze nog een bonuskind erbij, Joans dochter Pieternelletje. Omdat Joan en papa van Riebeeck te nauwe zakelijke banden hebben, roept de VOC Van Hoorn terug naar Amsterdam. In 1709 schepen ze in; Anna is dan dertig jaar oud. Er is van haar niet één portret bekend. Dat moet er wel geweest zijn, want haar hele familie laat zich voortdurend portretteren, haar bonuskinderen en echtgenoten inkluis. Hier wat meer over Joan van Hoorn:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Joan_van_Hoorn ←←

De VOC-tuin op de Kaap, waar vooral groente werd gekweekt, maar ook vruchten. Meer over de tuin: https://isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-de-compagnie-tuinen-in-kaapstad

Blatjang en Bohea thee

Natuurlijk heeft Anna tal van Indische gewoonten overgenomen. Ze kauwt betelnoten om een frisse mond te krijgen, en mist die op de Kaap. Ze vraagt om Indische zaken als blatjang (een soort chutney), trasi, mango-atjar, mebos (Japans voor vroege abrikozen), saké, miso, gekonfijte noten, Batavia-koffiebonen, een flesje sinaasappelschilletjes, gattegamber en katjoe (looistof en zoetstof gekauwd met betel), klapperolie, witte thee en Bohea thee.
Ze stuurt ook allerhande zaken naar haar ouders: Kaapse vruchten, een vaatje zoute kool, gekonfijte kweeperen, gedroogde appelen, kastanjes, Kaapse grauwe erwten uit de Compagnie-tuin. Over enige tijd zullen de ouders Van Riebeeck namelijk ook naar Holland vertrekken en hun dochter houdt een keurig lijstje bij van zinvol proviand. Wanneer het konvooi dan eindelijk vertrekt uit de Kaap stuurt ze haar Kokki als een postpakketje retour met een zak rijst, een korfje uien en 12 zoute vissen. Dat moet genoeg zijn voor zijn eten op de reis terug naar Batavia. “Inlands” huispersoneel was toen niet welkom in Nederland. Haar moeder vangt hem op.

Luis Melendez (1710 - 1780) Still Life with tomatoes, aubergines and onions

Even over die tomaten. Het is 1709 en tomaten worden in Nederland wel in de moestuin geteeld, maar eigenlijk niet gegeten. Men meent dat ze weinig tot geen voedingswaarde hebben. In Batavia is dat dus anders. Johanna neemt tomaten (tamatties) mee op de boot naar de Kaap met al dat andere heimwee-eten. In de Compagnie-tuinen op de Kaap groeien geen tomaten. Er komen wel andere Amerikaanse nieuwigheden op de zaailijsten voor, zoals capsicumpepers, Oost Indische Kers en zoete aardappelen, maar geen tomaten. Die hebben de keukens in Nederland nog niet echt veroverd.
In de Oost  nam men kennelijk sneller nieuw voedsel in het dagelijks patroon op. Zeker de familie van Riebeeck is behoorlijk verIndischt. Want opmerkelijk zijn ze, die Indonesische, Indiase, Chinese en Japanse ingrediënten. Of de Zuid- en Midden-Amerikaanse, zoals de tomaten en pepers (capsicum).

Er valt nog veel meer te vertellen over de lijstjes en brieven van Anna van Riebeeck dus dit verhaal wordt vervolgd. Aanleiding om dit weer eens op te pakken is de tentoonstelling Toko Mokum, die morgen geopend wordt.

Toko Mokum | Amsterdam Museum
Ontdek Amsterdam opnieuw in de tijdelijke locatie Amsterdam Museum aan de Amstel.