De pommerans, de prins en de Franse koning

The first oranges we knew in Europe had a bitter peel, great for marmelade. This blog is about the connection between royalty and oranges, the propagation and collection was a serious hobby. Orange trees were a welcome present of diplomatic value too.

De pommerans, de prins en de Franse koning
Jean-Baptiste Monnoyer (toegeschreven) - Stilleven met citrus en bloemen - 17de eeuw

 

De oranjeappeltjes en ons koningshuis zijn al een begrip sinds Willem de Zwijger in 1544 de titel prince d’ Orange erfde van zijn neef René de Chalon. Het prinsdom Orange ligt in en om de stad van die naam in het zuiden van Frankrijk, De naam is afgeleid van de lokale Keltische riviergod. Eerst was het Arausio, dat verbasterde tot Arausione, en Auregie of Aurenga in de 12de eeuw om in 1205 voor het eerst te boek te staan als Orenga (Orenja). Het gebied heeft helemaal niets met citrusvruchten te maken, maar met wijn.

Tegen de tijd dat Willem de Zwijger het prinsdom erft gebruikt men de exclusieve vrucht met de bijzondere kleur als statussymbool. Wanneer de jonge stadhouder de Staten van Zeeland bezoekt ligt er in Middelburg welgeteld één oranjeappel op de volgeladen tafel, naast zijn bord, als teken van eerbied.

 

Tacuinum Sanitatis - Orangier - 15de eeuw

De oranjeappel, of pommerans, is zoals alle citrusvruchten een exoot in Europa. China en India zijn de bakermat. In China is al ruim twee duizend jaar vóór onze jaartelling een aanvang gemaakt met de domesticatie. Sinaasappelboompjes waren een geliefd geschenk, zo figureren ze op een lijst van ‘nieuwkomers’ in India in de eerste eeuw. India kende ook inheemse sinaasappels (of oranjeappels), limoenen en citroenen. Het moet dus om een geschenk van een onbekend ras zijn gegaan. Van daaruit reizen de citrusboompjes verder naar het Westen. Bij de Meden en Perzen gebruikt men de vruchten om tussen te kleren te bewaren, die dan lekker fris en fruitig gaan ruiken. De boompjes en vruchten belanden in de Romeinse tijd al in Italië, waar afbeeldingen op fresco’s in Pompeï te vinden zijn. Dan gaat het waarschijnlijk om citroenen.

Tomas Yepes - Bodegon - 17de eeuw

De zure sinaasappel, de pommerans, (Citrus aurantium) arriveert in Europa via het Iberisch Schiereiland en wellicht ook Sicilië, beiden in handen van de Arabieren in die tijd. Het Arabische Rijk kent in de periode 570-900 een enorme expansie. Strategisch gelegen tussen Afrika, Azië en Europa, beschikken de Arabieren over voldoende rijkdom, macht en slagkracht om grote wetenschappelijke ontdekkingen te doen, kunst te produceren, en de landbouw te verbeteren. Zij bezitten kennis en kunde om te destilleren, suikerriet en rijst te telen, een omvangrijke medicinale plantenkennis, en gebruiken meer specerijen dan de Romeinen ons eerder boden. Andalusië (al-Andalus) wordt de proeftuin voor nieuwe gewassen in Europa, onder deskundige leiding van de Arabische hoveniers en botanici. Vanaf de 10de eeuw verschijnen er verhandelingen over het inrichten van siertuinen, lusthoven, moestuinen, boomgaarden en landbouwgronden.

Arabische kennis en vaardigheden

Beroemd is de Kalender van Cordoba, tussen 961 en 976 geschreven in opdracht van de Kalief van al-Andalus, Abd ar-Rahman III, door diens hofdignitaris Rabi ibn Zaïd (ook wel bekend onder de naam Recemundus). Voor iedere maand van het jaar vertelt deze kalender iets over het weer, de zons-op- en ondergang, de sterrenhemel, maar ook over de planten. Het gaat natuurlijk ook over de citrusboompjes. In januari bereid je citrus confiture en maak je stroop van citroenen. In april moet je de takken van de citrusbomen ondersteunen met latwerk. In december kun je de vruchten oogsten.

Deze botanische prent wordt toegeschreven aan Jan Crommelin, opmerkelijk is het opschrift Geroofde Oranjeappel

Een sprong in de tijd, wanneer het Iberisch schiereiland een verzameling koninkrijken is onder de Habsburgers. In Granada, lukt het dankzij irrigatie vanuit de rivier Darro om op een droge en kale heuvel schitterende tuinen en boomgaarden aan te leggen. Eén van de paleizen is gebouwd rond een patio, waar sinaasappelboompjes naast een vijver groeien. Ook in het bekende Leeuwenpaleis, staan op de patio in 1502 nog zes sinaasappelbomen in de hoeken. In 1492 zijn hoveniers aangetrokken in Valencia om de Alhambra boomgaarden te herstellen, vooral die onder de Comares Toren en naast de baden. In 1494 werden er maar liefst 140 sinaasappelbomen aangekocht van Palma del Río, bij Cordoba, om de boomgaarden van het Alhambra te beplanten.

Jacob van Hulsdonck - Stilleven met granaatappels, citrus en oranjebloesem

De van oorsprong Vlaamse arts en botanicus Carolus Clusius (1526-1609) beschrijft deze tuinen met de haagjes en citrusboompjes. Clusius reist tussen 1564 en 1566 door Spanje en Portugal en maakt een gedetailleerde beschrijving van de plantenwereld. In zijn Exotica, Rariorum plantarum Historia staat het zo:  ‘In Spanje worden ze ‘naranja’s genoemd, de rijpe vruchten hebben een gouden kleur en hun sap kan zoet of zuur smaken. De dwerg pomerans daarentegen, ‘aurea malus pumilio) wordt door enten veredelt.’  Later zal hij in Leiden aan de universiteit een Hortus aanleggen, nu de Clusius-tuin. De tuinbaas van Filips II van Spanje, Gregorio de los Rios, publiceert in 1592  zijn  Agricultura des Jardines en schrijft daarin al uitvoerig over de ‘naranjos’.  Philips II liet trouwens in 1566, 1569 en 1570 dwergpomeransen (naranjos enanos) uit Málaga aanrukken. 

Aan het begin van de 17de eeuw beschikken de meeste huizen in Granada over boomgaarden met sinaasappelboompjes, limoenen en citroenen, laurier, mirte, en allerhande andere fruitbomen, kruiden en bloemen. Tenminste vierduizend tuinen sierden de stad op. Alle huizen hadden watervoorziening, de belangrijkste drie of meer fonteinen, en alle huizen hadden tenminste een boomgaard, een sinaasappelboom of een wijnrank op de patio. Sommige huizen beschikten over een daktuin, waar potten met sinaasappelboompjes, rozen en cipressen stonden en bloemen als anjers en kruiden.

Zoet naast zuur

De zoete sinaasappel, Citrus sinensis, chinaasappel, China appel, komen we voor het eerst in de 15de eeuwse literatuur tegen in Zuid-Europa. De Franse koning Lodewijk XI schrijft in 1483 een brief aan François de Genas, de gouverneur van de provincie Languedoc, met de vraag om hem “citroenen en zoete sinaasappelen (orange douce) te sturen, muskaatperen en raapjes, die bedoeld zijn voor een vrome man die vlees noch vis eet. Daarmee doe je me een groot plezier.” De vrome man in kwestie is Franciscus van Paola (1416-1507), die net aan het hof van Lodewijk XI is gearriveerd. Oprichter van de Miniemen en verder niet heel erg interessant als heilige. Waarschijnlijk was deze Calabrische monnik bekend met de zoete sinaasappelen in zijn geboortestreek. Hoe het zij, aan het begin van de 16de eeuw is de zoete sinaasappel belangrijker aan het worden als handelswaar in Zuid Europa. Een snelle groei in ongeveer een halve eeuw.

De verwarmde kas (zie rechts het kacheltje) van de stadhouder, illustratie uit De Volmaakte Hovenier 1668. Zo komen de oranjeboompjes de winter wel door.

Toch staan in de oranjerieën vooral de pommeransen, die veelvuldig in de marmelade worden verwerkt, bij Paleis het Loo is er zelfs een confiturekamertje voor. Een recept daarvoor vind je al bij Nostradamus, wiens receptenboek uit 1555 in het bezit was van één zus en van één van de echtgenoten van Willem de Zwijger. Tekeningen van een oranjerie met verwarming vind je in De Verstandige Hovenier, het tuinboek van de hovenier van Frederik Hendrik.

Het recept van Nostradamus verschilt niet heel erg van dat wat we nu nog doen met bittere sinaasappelen: eerst een paar dagen weken in water - af en toe verversen. Dan één keer aan de kook brengen in water met zout. Afgieten, opkoken met water en dan marmelade maken met veel, veel suiker.

Grand Palais, sinaasappelboompje in pot, tapisserie la Savonnerie, 17de eeuw, Parijs.

De mode van het hebben van citrusboompjes heeft in de loop van de 17de eeuw bijna heel Europa bereikt. De vraag is nu: is het boompje op het wandtapijt van de Zonnekoning een pommerans of een chinaasappel? Wat zou de Franse ambassadeur hem tot geschenk hebben kunnen geven? Zeker weten doe ik het nog niet.  

Informatie haalde ik vooral uit mijn boek Oranje Toetjes, 2015.

Recept voor gekonfijte sinaasappelschilletjes van Cees Holtkamp https://www.youtube.com/watch?v=Z7xnW6qXYSM

Hier meer over het prinsdom Orange https://fr.wikipedia.org/wiki/Principaut%C3%A9_d%27Orange